Achtergrond

Neoadjuvante systemische therapie

Het gebruik van neoadjuvante systemische therapie (NST) in Nederland is gestegen van 9% in 2011 naar 24,6% in 2018.  Dit heeft geresulteerd in een toename van borstsparende behandelingen. Een deel van de patiënten die zonder NST een ablatio nodig zouden hebben kunnen borstsparend behandeld kunnen worden als gevolg van down-stadiëring van de tumor. Patiënten die borstsparend behandeld worden hebben vaak betere cosmetische resultaten en een betere kwaliteit van leven in vergelijking met patiënten die een ablatio ondergaan. Dit maakt de voorbehandeling met systemische therapie tot een veelbelovende behandeling in de kwaliteit van borstkankerzorg.

Een ander voordeel van NST is de mogelijkheid om, naast de mamma, tevens de axilla te downstagen waardoor minder uitgebreide axillaire behandeling nodig is. Door de afname van het aantal okselklierdissecties is sprake van een afname in de daarmee gepaard gaande complicaties zoals lymfoedeem.

Indicaties en doel van NST

De criteria voor het toepassen van neoadjuvante systemische therapie zijn op dit moment in de richtlijn niet duidelijk gedefinieerd. Dit leidt to variatie in het gebruik van NST tussen ziekenhuizen in Nederland. Er is bijvoorbeeld in stadium IIIB/C een grote variatie in het geven van NST van 0-100% in de ziekenhuizen. Deze variatie zal waarschijnlijk resulteren in verschillende behandelingsresultaten zoals type chirurgische behandeling van mamma en axilla of andere radiotherapie regimes. Deze verschillen in behandeling kunnen mogelijk leiden tot verschil in cosmetiek en kwaliteit van leven.

De data van de NBCA  laat een toename en variatie in het gebruik van NST zien, echter de exacte redenen en indicaties worden hierin niet gerapporteerd. Bovendien is het gestelde doel  bij het starten van NST niet geregistreerd en het is evenmin genoteerd of dit bereikte doel, zoals down-stadiëring van de mamma of axilla, wordt bereikt.

Doel van de studie

Met deze studie willen we de huidige toepassing van neoadjuvante systeemtherapie bij patiënten met mammacarcinoom in Nederland in kaart brengen.

We hebben drie onderzoeksvagen opgesteld met betrekking tot neoadjuvante systeemtherapie bij patiënten met primair mammacarcinoom.

1. Wat zijn de verschillende redenen om NST toe te passen bij patiënten met primair mammacarcinoom in Nederland?

2. A) Hoe vaak resulteert NST in conversie van mastectomie naar borstsparende chirurgie in verschillende tumor types?

2. B) Wat zijn de chirurgische resultaten (volumes, margins, re-excisions)?

3. Hoe vaak zorgt NST voor axillaire downstaging waarin een ALND wordt voorkomen bij de verschillende tumor types?

Dutch Snapshot Research Group

Voor dit project is gekozen voor een Snapshot-ontwerp, een innovatieve vorm van onderzoek in samenverwerkingsverband. Het concept snapshot studie is vrij nieuw in Nederland, maar het kan zijn dat u al eerder heeft kennisgemaakt met dit concept door eerdere landelijke studies. Bij een snapshot studie wordt in korte tijd door veel verschillende centra data verzameld over een bepaalde aandoening of behandeling. Voor de huidige studie worden alle ziekenhuizen die borstkankerzorg verlenen, benaderd over het project.  De data wordt door lokale onderzoekers (stafarts/assistent) geregistreerd, de lokale onderzoekers zijn onderdeel van de Collaborative Study Group. Alle deelnemers van de Collaborative Study Group krijgen een PubMed citatie bij de publicatie van het artikel. Daarbij worden alle deelnemers van de Collaborative Study Group uitgenodigd om zelf onderzoeksvragen te formuleren naar aanleiding van de verzamelde data. De onderzoeksvragen kunnen, na beoordeling op wetenschappelijke inhoud, uitgewerkt worden en gepubliceerd worden namens de groep.

In- en exclusiecriteria

Alle patiënten van 18 jaar of ouder met een primair mammacarcinoom die neoadjuvante systeemtherapie voorafgaand aan de operatie krijgen, kunnen worden geïncludeerd.

Exclusie criteria betreffen: patiënten <18 jaar, geen chirurgie, palliatieve behandeling, voorgeschiedenis met mammacarcinoom, benigne borsttumoren en zwangerschap.

Uitvoering

Per deelnemend centra wordt er een staflid aangesteld als eerste aanspreekpunt voor de studie. Deze zal in overleg met een ANIOS/AIOS uit het eigen centrum zorgen voor de registratie van alle patiënten. De vakgroep wordt gevraagd indien patiënten in aanmerking komen voor inclusie in deze studie, het staflid of de assistent op de hoogte te stellen. Indien u in een centrum werkt waarbij er veel patiënten langskomen met neoadjuvante systeemtherapie voor mammacarcinoom kan het verstandig zijn om een tweede ANIOS/AIOS aan te stellen om de werklast te verdelen.

Tijdlijn

Stuurgroep

Stuurgroep snapshot mammacarcinoom

Drs. G.M. Kramer, Amsterdam UMC

Dr. M.P. van den Tol, Amsterdam UMC

Prof. Dr. M.J. T.F.D Vrancken Peeters, Antonie van Leeuwenhoek ziekenhuis Amsterdam

Dr. J.H. Volders, Gelre Ziekenhuizen Apeldoorn/Zutphen

Dr. P.E.R. Spronk, Alrijne ziekenhuis Leiderdorp